De brug naar het estate is simpel, zonder leuning, maar koninklijk, royaal!
Je kijkt daar al je ogen uit naar de mossen, waterpartijen en wonderlijke organisch vormgegeven objecten, terwijl je haast ongemerkt het pad oploopt naar het kantoor.
De oude kippenschuur is subtiel omgetoverd tot een no nonsense stijlvol ingedeelde ruimte met details die een wereld op zich zouden kunnen zijn.
Weer buiten tref je zulke wereldjes, uitvergroot door de zichtlijnen die je haast overkomen. Terwijl je naar de zorgvuldig geplante objecten kijkt, ontmoet je bij het opkijken een variatie aan vergezichten, waardoor een beeld ontstaat van de rijkdom buiten in dit paradijs.
Het lijkt alsof Luc omgekeerd tuiniert. Hij laat de boel gaan en kijkt dan wat hij ermee wil doen. Hij werkt meer als een kunstenaar dan een tuinarchitect, die iedereen een tuin ontwerpt. Dicht naast de kas staat een schitterende border, zoals veel mensen dat willen. Maar die houd hij zelfs niet bij.
Het ogenschijnlijk achteloze ontwerp is een kunstwerk op de fijne lijn tussen natuur en architectuur.
Helaas moest ik deze rustplek weer verlaten, gelukkig moet je eerst een smalle landweg af waardoor het sprookje niet ‘poef’ ineens is opgeheven.