tuinen met een afdronk

Zit net een eenvoudig glas wijn uit de l’aude te drinken en bedenk dat daar niets verkeerd aan is, mooie geur, prima smaak, soepel aanvoelend vocht wat als je het doorgeslikt hebt niet als een droog servet op je tong voelt.

Dus een mooi product, weliswaar en masse gemaakt maar met een groot vakmanschap, je zou kunnen zeggen dat de maker weet wanneer zoiets gedronken wordt; op een doordeweekse dag of een laagdrempelig feestje, prima dus geen poespas en fijn om er bij te hebben. Om dit naar het product tuin door te trekken is misschien wat kort door de bocht hoewel…een wijn is er in vele smaaktoetsen en tuinen ook, leuk als het je wat verrast, een prettige verwondering brengt en ongemerkt al je zintuigen prikkelt.

Enkele jaren geleden woonde ik een lezing bij van een tuin- en landschapsarchitect die af en toe ‘een tuintje deed’. Hij was dus van het grote werk; stedenbouw, duurzame landschappen, een gebied waar een museum gepland was. Boeiende lezing maar wat bij mij vooral bleef hangen was het verhaal over een achtertuin van 6 x10m bij een rijtjeshuis. Zijn lijdensweg was het keer op keer schetsen van vormen en er elke keer weer op uit komen dat hij de fysieke grenzen in de tuin wilde verleggen. Dat kon niet, die grenzen waren er! Rechts en links naar achter en op tien meter een dwarse lijn. Uiteindelijk moest hij het zijn opdrachtgever vertellen; hij kon niet anders doen dan in de gehele 60 vierkante meter een grasveld voor te stellen met staptegels naar de poortdeur.

Zijn conclusie, die me deed denken aan het zwarte vlak van de schilder Malevitsj, een zwart vierkant wat mij ooit in het museum gefascineerd had in de zin van; als je alles weet kom je weer uit bij het niets.

Afijn, ik bleef dus wel even mijmeren over zijn beeldende reactie op deze tuin, en eerlijk gezegd had ik daar ook wat mee; het boeide me. Die vergelijking met het werk van die schilder. Mijn uiteindelijke conclusie was wel dat dit best kan en een fascinerende meerwaarde heeft als dit vertaald is in een schilderij. Daar in gaan wonen en tuinieren is toch wat anders; er kan veel meer zijn als deze enigszins lege serene sfeer en in die 60 vierkante meter willen we ook leven.

De wens van iedere grondbezitter, plantenliefhebber of ‘slechts’ levensgenieter, is dat je vanaf een mooie zitplek naar boeiende hoeken kijkt en/ of een prachtig vergezicht hebt, je een kleine of grote wandeling maakt waar je elke dag weer wat leuks opmerkt, en onbewust ervaart dat je buitenruimte in balans is.

Betekent toch dat zowel de omheinde tuin als ook het grenzeloze landschap om inhoud vraagt, een ruimte met meerdere smaak- en geurtonen, die gemakkelijk op je primaire zintuigen inwerkt en een mooie langdurige afdronk heeft, beeldend boeiend dus, en daarbij ook op een ingetogen manier inspelend op de fysische behoeften.

De vergelijking met kunst hier is voor mij niet toevallig, als T&L architect ben je een vrije denker in buitenruimte. Architectuur in tuin en landschap is een vorm van kunst in natuur, je zoekt voor je opdrachtgever een balans tussen groen en je harde materialen (steen, hout, staal) die je toepast voor terras, paden, overbrugging hoogteverschillen, etc. Vrije kunst gebruikt natuur als ruimte waar ze in mag exposeren en er hoeft niet persé een ‘interactieve’ reactie te zijn van de kunst op de open ruimte. Neemt niet weg dat de kunstenaar zoekt naar de beste plek voor zijn werk en zelf voelt waar zijn werk het beste staat. Elke vrij kunstenaar en T&L tuinarchitect hebben een gevoel bij een plek, een buitenruimte, zij hebben hun eigen visie hoe ze harde, zachte lijnen en vlakken verbinden met het groen en weten hun eigen stijl te creëren.

Andy Goldworthy is een natuurkunstenaar, dit is weer net even anders. De natuur is zijn gereedschap, zijn materiaal. Zijn toneel de open ruimte. De beelden van deze Engelse kunstenaar uit West Yorkshire (Leeds) zijn meestal tijdelijk, ze vergaan binnen korte tijd of soms al tijdens het creëren.

Hij schildert herfstbladeren als verf op een doek van helder water, maakt de meest fascinerende beelden met ijspegels die daarna weer wegsmelten om je tijdens dat proces weer eens te laten beseffen dat water wat hard wordt en weer smelt een mooi wondertje is.

In zijn beelden zie je dat hij het materiaal begrijpt, je weet dat hij de steen en de stam, de tak, voelt en ruikt, hij ís zijn materiaal en kan daarom verbinden met de buitenruimte. De grens tussen zijn werk en de grenzeloze ruimte is er niet of hooguit transparant. Zijn beelden dagen die buitenruimte uit of verbroederen er mee. Zelf ruik ik ook de geuren als ik naar de platte beelden in zijn boeken kijk. Twintig jaar geleden ontdekte ik dit fenomeen en er zo over vertellend voel ik weer een diep verwantschap, ik denk dat je het soms ook in mijn werk herkent. Bij het ontwerpen van een buitenruimte is deze waarde bij je. Alle andere harde materialen als beton, steen, staal en hout hebben ook een geur, kleur, een energie en hetgeen je hier van gebruikt verhoudt zich met de textuur van je beplanting

Het is deze inhoud die blijft hangen, waarover je blijft mijmeren met een gelukzalig gevoel. Als een afdronk van een hele mooie wijn die meer herinneringen met zich mee neemt als alleen zichzelf.

De Bandwilg

Met alle soorten en eigenschappen van de Salix- familie kun je rustig een boek vullen, van Kruipwilg tot Knotwilg en Treurwilg. Vele familieleden zijn werkelijke schoonheden met grote voordelen als gemakkelijke groeier, karakteristieke vormen, in vele situaties toe te passen en te combineren met andere planten in tuin, park, landschap, dorp en stad.

Één onterecht onbekende van deze wilgenfamilie is de bandwilg, de Salix sacchalinensis Sekka. ‘Band’ verwijst hier naar een fasciatie van takken, deze kitten als het ware aan elkaar. Dit komt bij meerdere soorten planten voor zoals de Veronicastrum v. Fascination , Boterbloem en Lespedeza thunbergii, overigens niet in de takvorm maar bloemvorm. Op de glanzende, mahoniebruine verkleefde takken liggen de witzilveren katjes. Dit is in het vroege voorjaar voordat het blad gevormd is en de struik z’n gracieuze en grillige uiterlijk laat zien.

Het wordt een forse struik van zo’n 4 meter hoog en net zo breed en leent zich voor een solitair die water verbindt met land. Een ontmoeting hierin van een ontworpen lijn met of zonder functie kan een gelukkig huwelijk zijn. De wilgen die waterminnend zijn hebben ook waterwortels dwz dat waar de takken het water raken zich wortels vormen op de ogen (knoppen). Ook dit levert een prachtig cadeautje op; als de zon in het water schijnt zie je de balijnen onderaan de stam hangen.

Deze bandwilg is op de goeie plek, door snoei wat geholpen door een creatief, herkenbaar als een zichzelf knedend kunstwerk bevriend met land en water.

luc engelhard