Emotie staat voorop in de tuinontwerpen van Luc Engelhard. Voelen, aanraken, dichter bij jezelf komen. Om met de ontwerper te spreken: ‘Ik wil dat mensen één worden met hun tuin.’

‘Tuinen moet je niet onderhouden, maar coachen’

Drie hectare meet het uitgestrekte terrein in Kockengen met het huis en het bedrijf van Luc Engelhard. Links, in de voormalige schuren, is het kantoor gevestigd. Rechts staat het woonhuis uit 1992, mede ontworpen door Engelhard. De opengebroken schuur en oranjerie bij het kantoor fungeren ’s zomers als ontvangst- en lunchplek. Een schuur achter op het land dient als meditatieruimte. Het landschap zelf lijkt niet ingericht. Maar schijn bedriegt.
Engelhard is autodidact. Hij volgde geen studie landschapsarchitectuur, maar bezocht de middelbare tuinschool. ‘Als kind al kon een herfstblad op een zwarte vijver me diep raken. Ik zag het als pure kunst. En ik wilde altijd buiten zijn. Later kwam er de interesse voor architectuur en vormentaal bij. Maar ik was geen goede student. Bij discussies over de maten van tegels bijvoorbeeld, dacht ik alleen maar: ‘Waar ben ik beland?’ Het ging helemaal niet over de natuur!’ Engelhard heeft een ander talent: hij is zeer intuïtief. Hij weet hoe hij mensen hun eigen concept kan laten ‘ontdekken’. ‘Ik ondervind geen hinder van vastgeroeste kennis. Ik ken de trucjes en de kunstjes niet. Dat stelt me in staat om steeds met een frisse blik naar een tuin of landschap te kijken. Cees Dam zei ooit dat je als architect minimaal eens per jaar een bungalow moet ontwerpen. Dat zet je even op je plek, omdat je dan zo intensief samenwerkt met de opdrachtgever. Maar voor mij is dat bij ieder project de uitdaging. Dat is wat dit vak zo bijzonder maakt.’

Ontwerpproces
Engelhard kan alleen een tuin ontwerpen die past bij de opdrachtgevers als hij met hen een persoonlijke relatie kan ontwikkelen. ‘Tuinen, architectuur en kunst raken aan elkaar. Daarover praat ik intensief met de opdrachtgevers. Ik kruip in hun huid en ga echt van ze houden. Mensen hebben niet altijd een concreet idee over het eindresultaat. Ik reik daarvoor handvatten aan. Dat maakt een tuin ontwerpen tot een diepgaand proces.’

‘Ik speel met groen, op zoek naar synergie’

De kunst is om aansluiting te vinden met bestaande elementen. ‘Ik probeer combinaties te maken van oud en nieuw en zo synergie te creëren. Tuinen onderhoud je niet, die coach je. Uiteraard lukt dat alleen als de elementen dat aankunnen. Het groen moet zich lekker voelen, misschien zelfs ingetogen woekeren. Aan de andere kant voegen harde elementen als grote stapstenen of sculpturen, mits goed gekozen, door vorm en veroudering veel toe. Natuurlijk stuit je soms op objecten die in de weg staan. Zorg dan dat die je vriend worden; ‘if you can’t beat them, join them’.’ Engelhard vindt zijn ontwerpen pas echt geslaagd, als hij mensen daarmee dichter bij zichzelf kan brengen. ‘Ik wil dat ze één worden met hun tuin. De natuur blijft de beste plek om in balans te komen. Voor veel van mijn opdrachtgevers − vaak mensen die een exact vak hebben of een bedrijf runnen − is die streling van hun zintuigen een ontdekking. In de tuin raakt hun hoofd leeg.’

Signatuur
Als ontwerper stelt Engelhard zichzelf hoge doelen. ‘Het resultaat ligt in diepere lagen. Zoals Herman Hertzberger al zei: ‘Ontwerpen is afzien en pijn lijden’. Als ik voor een probleem gesteld word, biedt de meditatieruimte soms uitkomst. Even back to basic, op zoek naar inspiratie.’ Van trends moet hij weinig hebben. ‘Een tuin is geen trendproduct. Een goede tuin wordt met de jaren alleen maar rijper en heeft een boeiende levensloop. Met de term minimalisme heb ik dan ook weinig. Dat stempel wordt tegenwoordig op van alles en nog wat gedrukt. Daardoor is de lading verdwenen. Van minimalisme kun je spreken als je slechts één of een paar elementen zodanig in een tuin plaatst dat ze spanning oproepen. Anders niet.’
Van een eigen stijl wil de ontwerper niet spreken, wél van een eigen signatuur. ‘Ja, mijn tuinen zijn herkenbaar, maar hebben geen opgelegde stijl. Als je ze met kunst vergelijkt, doen ze misschien nog het meest aan monumentaal denken. Ik zoek de synergie, speel met het groen en zie hoe de seizoenen hun invloed hebben: grassen blijven staan en er ontstaan ‘vitrages’, die elementen soms zichtbaar maken en een andere keer aan het oog ontrekken. Die dynamiek boeit me. Een tuin is geen etalage.’