Kabouter Spillebeen

Vandaag kom ik meerdere soorten paddenstoel en zwam tegen. Prachtige vormentaal met altijd een dak! De poten als pilaren; bol, slank, ingehouden, robuust, kracht uitstralend, als de bolle neus van Cyrano door Gerard Depardieu, fragiel gewelfd als van een klassiek danseres, bij elkaar klittend zoals een architect als Gaudi ze in een project had kunnen gebruiken. En wat een diversiteit aan hoeden; omgekruld naar beneden, naar boven, stijl als een kaboutermuts, een bolletje als de knop van een keukenkastdeurtje, schalen in verschillende kleuren met onregelmatig gewelfde rand, op elkaar liggend als een 17e eeuwse kanten kraag.

Veel eigenschappen , vormen en details van paddenstoelen en zwammen worden gebruikt in de wetenschap, geneeskunde, kunst en architectuur. De lamellen van zwammen hebben o.a. bijgedragen aan het ontwikkelen van isolerende materialen, geneeskrachtig is de Amandelpaddenstoel tegen kanker of vele andere types als geweldige vitaminepatronen, kleding en vooral hoedenontwerpers leren veel van dit natuurfenomeen en bekend zijn ook de familieleden waar je lekker van gaat zweven.
De huiszwam is bekend bij architecten en gedupeerden, niet echt fijn als je deze in huis hebt, maar de boeiende meervoudige vormen van paddenstoelen en zwammen vind je ook terug in vaak aansprekende architectuur.

Jugendstil is een bouwstijl (rond 19e en 20e eeuwwisseling) waarin natuurgerelateerde vormen een grote rol speelden. Maar er zijn ook direct herleidbare voorbeelden zoals het penthouse van het Byzantium (Amsterdam) hangend als een zwam aan het gebouw (Rem Koolhaas) of het Museum of Modern Art in Rio de Janeiro van de hand van Oscar Niemeyer.
Het kerkje Notre Dame du Haut* in Ronchamp van le Corbusier heeft organische vormen, niet direct te duiden als gerelateerde vorm maar wel voelbaar als mystieke kracht, iets wat ik ook kan ervaren als een paddenstoel of zwam me verrast.

Buxusgolven, Taxusblokken, Grassenvelden, Lavendelweiden, kunnen geweldige beelden opleveren dus worden volop gebruikt in tuinen en landschappen maar Paddenstoelen en Zwammen vind je meer bij toeval en niet iedereen is dan blij verrast en gefascineerd of geamuseerd door de complexiteit of koddigheid van de vorm. Het hoort bij verrotten, het verteren, afbreken, vochtig muf geurende lucht waarbij je je ledematen al stram voelt worden, en misschien heb je vroeger een heel eng sprookje voorgeschoteld gekregen waar de heks een dodensoepje maakte van zwammen en paddenstoelen. Toch heeft deze groep organismen alles in zich wat het boeiend maakt ze te gebruiken. Planten doe je ze niet maar de omstandigheden scheppen zodat de veelvormige vruchtlichamen er als verrassing ineens zijn is zeker zo vol van verwachting.

In 2001 op een dag in November bezocht ik de Bundesgartenschau in Potsdam Berlijn en in een uithoek van deze tuin- en landschapstentoonstelling (vergelijkbaar met de Nederlandse floriade) waar nagenoeg geen publiek kwam trof ik een aangelegd natuurlandschap met daarin een deel van zo’n 300 m2 met hoofdzakelijk paddenstoelen, zwammen, varens, mos en water. Verschillende hardere- en zachtere houtsoorten waren op elkaar gestapeld onder bomen, soms met enige structuur zoals in je eigen haardhok en soms als takken vallend over elkaar heen. Naast en tussen de dikke groene tapijten van varens en mos stonden en zaten meerdere verschillende paddenstoelen en zwammen, soms op elkaar geklit , soms als éénling. Wit, grauw, rood met witte spikkels, kastanjebruin, oranje, geel, een bonte diversiteit. Dit was gestimuleerd door drogere en vochtiger plekken, door jong en bejaard afstervend hout, van de harde soorten Acacia, Eiken en Tamme Kastanje en van de zachtere soorten, Wilg, Beuk en Linde. Vochtige geuren, lichtstrepen door het bladerdak, groen- en bruintinten en de hoofd- en bijrolspelers die een plekje via hun mycelium veroverd hadden. Het was een bijzondere sfeer die vrij zeldzaam voorkomt dus nam ik me voor in passende situaties de omstandigheden voor zwam- en paddenstoelen in m’n projecten toe te gaan passen. Zo terug kijkend véél te weinig gedaan tot nu toe, dus binnenkort…

*Een uitgesproken voorbeeld hoe architectuur kan verbinden. Notre Dame du Haut is adembenemend, le Corbusier heeft hier de omgeving vertaald in het gebouw; de gewelfde heuvel zet zich horizontaal en verticaal voort in vloer, muren, dak en open lucht. Enkele gekleurde glazen in de muuropeningen lichten een moment van de dag door de zon de doopvont extra aan. Het kan je niet ontgaan dat je geboorte, leven en dood voelt op deze plek.

Koningsvaren
Grassen als solitairen en als grote velden gecombineerd met bollen, vaste planten en heesters hebben bij vele van ons het hart gestolen. Ze zijn makkelijk toepasbaar in combinaties, de meesten vallen niet om en ze kunnen op nagenoeg elke grondsoort. Ondanks dat Varens ook deze eigenschappen hebben (behalve wat meer zorg aan de grond) hebben ze nog niet zo doeltreffend kunnen scoren in de tuin- en landschapwereld. Wel wat onterecht vind ik, voor mij zijn het onderschatte schoonheden. De verschillende bladstructuren zijn mooi te combineren met andere bladplanten die ook hun bloei en karakteristieke vorm hebben, zoals Astilboides tubalaris, de paarsbladige Zilverkaarsen, verschillende soorten Rodgersia, Salomonszegel, verschillende soorten Hosta en Anemonen, etc. Grassen combineren ook schitterend in groepen en als solitair met varens, keuze genoeg!

Eén van m’n favorieten is de Koningsvaren, de Osmunda regalis. Zoals zijn naam doet vermoeden straalt hij macht uit en dwingt respect af. Elk seizoen heeft hij een andere uitstraling en fascineert in detail en in zijn charismatische grootsheid. In het voorjaar ontrolt ie zich langzaam, is dan eerst grijs behaard, kleurend naar bruin en richt zich daarna langzaam op om zich uiteindelijk als handen uiteen te vouwen. Met het uitspreiden van zijn bladeren begint er zich van onderaf de bloei te vormen, oranjebruine rechtopstaande staartjes. In tegenstelling tot de meeste andere varens kan hij echt nat staan, in drassige grond, in waterkanten waar de grond laag ligt. Wat droger hebben ze ook geen moeite mee en op elke plek waar van 1200 tot 1600 uur geen zon is gedijen ze prima. Een varen met een krachtige persoonlijkheid die een huwelijk kan hebben met de forse stam van een zware boom, een overhangende tak of een sterk ontworpen vorm.

luc engelhard