Folly

In de winter zijn de bomen kaal en ervaar je de harde lijnen  van de huizen en gebouwen in de straat en op het plein. Die harde blokken zijn nu verzacht door lichtfilterende bomen.  We zijn alweer ruimschoots gewend aan al het gebladerte, de frisse geuren, de actieve vogels, kikkers, vlinders en kevers  en verbazen ons zoals elk jaar weer over de variatie van kleuren in groen en bloem. Of het nou een kleine tuin is of een groot stationsplein, alle steenmassa leeft op in combinatie met groen; van bodembedekker tot breed uitgroeiende Kastanje.  In groene steden en dorpen en grotere en kleinere tuinen is juist deze match tussen steenmassa en groen vaak goed begrepen.

Hout of steen met een vormgevende functie zoals een pergola, een lage muur of ‘een objectenverzameling’, vraagt ook om een samenspel met het groen; elkaar versterken. Anders is het voor een monumentaal kunstwerk; er wordt een geschikte plek gezocht in bijvoorbeeld een park, als expositieruimte. Voor zo’n tuinobject als pergola, etc gaat het om een bouwwerk welke met de eigenschappen van het ontworpen groen een eenheid is, er is een verbinding. Het kunstwerk verandert hierdoor mee met de seizoenen, de veroudering, en is niet compleet zonder dat samenspel met dat groen. In Ierland toverde een herkenbaar beeld zoals deze bijl een glimlach om mijn lippen; een hele bijzondere verbinding met de plek….

Wat mij al jaren fascineert in de combinatie van steenmassa en groen is de Folly. De term wordt wereldwijd gebruikt en is zoals het woord doet vermoeden een Engelse vinding, hoewel ik er van overtuigd ben dat de Romeinen dit fenomeen ook al kende gezien hun levenswijze en gevoel voor architectuur en kunst. De letterlijke vertaling van Folly uit het Engels is dwaasheid, vrij vertaald naar de betekenis hier; ‘een grap in het landschap’ of  een gebouw wat je voor de gek houdt’, Wikipedia noemt het: ‘een niet-conventioneel gebouw, ongeschikt voor huisvesting of andere functies en geen een ander doel dienend dan decoratie. Lancelot ‘Capability’ Brown (1716-1783) was wat mij betreft de uitvinder van de Folly. Door het netwerk van zijn vader steeg zijn ster snel bij de aristocratische adel.  Hij is de bedenker van de Engelse landschapsstijl als reactie op de strakke renaissancestijl. Waar deze Renaissancestijl (denk aan de tuin van  Versailles van Louis IV, ontworpen door André le Notre) oneindig lang doorgaat met symmetrie aan beide kanten  van de ontworpen as vanuit de woning/ gebouw, laat de Engelse landschapstijl deze vrij snel los en vervloeit in golvende lijnen aangegeven door een eenvoudig gras- of grindpad begeleidt door bomen en groenvlakken in gras , daarna overgaand in bos en natuur. Zijn stijl kreeg veel volgers over de wereld en werd ook toegepast in ons landje; landgoederen maar o.a. ook tuinen aan de Vecht werden in deze stijl gerealiseerd.

In vele tuinen ontwierp Capability (koosnaampje) Follies, zoals in de Stowe Gardens in Buckinghamshire, waar hij Headgardener was; maar liefst 40 stuks.  De eerste keer dat ik van de Fool hoorde was in het verhaal van Wimpole Hall voor een nagebouwde ruïne. Het ‘probleem’ wil dat de engelse landgoederen uit die tijd zo uitgestrekt waren dat je de lengte en breedte niet meer in kon schatten. Als je dan met een kameraad en een borrel in je hand op je terras stond was het toch wat teleurstellend. Capability bedacht de plek op Wimpole Hall voor een nagebouwde ruïne; een strategische plek op de heuvel, waardoor de landheer weer kon glimlachen.

Follies zijn dus niet zomaar neergeplante objecten. De objecten máken de plek samen met het groen. Het is een plek met het streven of dat het altijd zo geweest is. De situering van de Folly had een weldoordacht doel. Kijkend vanuit de woning, het landschap en aan- en voorbij wandelend, verbind je je met die plek. De Folly ; dominant, de eyecatcher, staand of liggend in een landschap van gras, weide, heggen en riviertjes. De Folly kan ook die plek zijn waar je naar toe wilt; een kleine, aantrekkelijke ‘tuintempel’ gedeeltelijk omgeven door bomen en struiken.

De term Folly heeft door de eeuwen heen een wat bredere uitleg gekregen, niet zo vreemd omdat het een verzamelnaam lijkt, maar ondanks dat de gebouwtjes fraai bedacht en uitgevoerd zijn doet het me toch wat vreemd aan. De busstop in Groningen door Rem Koolhaas en de uitkijktoren van Zaha Hadid worden bijvoorbeeld als Folly benoemd, maar is dat nou wel…

Wat mij nou wel weer aangenaam verraste was een afstudeerproject van de TU Eindhoven (Urbanism and Urban Architecture) van Steffie de Gaetano ‘Follies als herinnering aan Arnhemse baksteenindustrie’. Zij verbeeldt hiermee de baksteenindustrie die hier langzaam aan het verdwijnen is. Doel hier is om de omgeving, het natuurgebied rond de Follies te gaan verkennen en bewust te worden van deze historie.

Plusminus 5 jaar geleden nodigde Natuurmonumenten mij uit om mee te denken over een leegstaand gebouw ‘de Karantijn’ uit 1880 in de Oude Polder op Tiengemeten, het meest oude deel van het eiland. Nadat hier eerst vóór de 18e eeuw geteeld en gekweekt was werd de Oude Polder rond 1805 door de overheid ingericht als Quarantainegebied. Dit gebiedje op het eiland in het Haringvliet dat afsluitbaar was door een bestaande dijk waar gepatrouilleerd kon worden, was zeer geschikt als voorportaal voor de handelsschepen terugkomend uit Azië. Het schip moest voor anker en bemanning werd door een chirurgijn, ‘verbonden met in azijn gedrenkt linnen’,  onderzocht om eventuele ziekten zoals de pest vast te stellen. Naast de houten barakken voor deze zieken was er in dit quarantainegebied een boerderij voor de voorziening van alle voedsel en woonruimte voor bewakers. Rond 1875 ruilde het eiland de Quarantainefunctie in en vestigde de overheid een olie, munitie en kruitopslagplaats. De Karantijn werd gebouwd; een langgerekte slaap- en verblijfplaats voor bewakers, personeel, laders en lossers. Later kreeg het de functie van “Volkskeet” of “keet ter berging van arbeidsvolk”. Vanaf de jaren ’70 van de vorige eeuw werd het in gebruik genomen als 3 vakantiewoningen. Natuurmonumenten werd in 1994eigenaar van het eiland en moest vanwege de inmiddels onbewoonbare staat van het gebouw een  nieuw plan maken. Een voorcalculatie voor een restauratie haalde het niet.  Plat gooien was geen optie, er was nog zo weinig over van de historie op dit stukje eiland, maar wat doe je dan met zo’n object?

Door mijn uiteenzetting en referenties (uiteraard ook van Capability) viel de organisatie voor het fenomeen ‘Folly’; kijkend vanuit het landschap en aan- en voorbij wandelend verbind je je met deze plek. Door een betonpad is het gebouw vastgeklonken aan de turbulente geschiedenis van de Oude Polder; de vette klei, die daar alles in die eeuwen heeft gehoord en gezien. De openheid die de Folly nu heeft, geen ramen, geen deuren, een opengereten dak symboliseert open ruimte, vrijheid, geen restricties in tegenstelling tot het verleden. De natuur gaat in, om en met het gebouw aan de slag, een synergie, elkaar versterkend. Natuurmonumenten gaat deze plek binnenkort gebruiken als ontmoetingsplaats voor oa muzikanten, toneel, literair,…de plannen beginnen vorm te krijgen.

Tip: Kijk ook eens naar http://www.dekunsten.net/dk-trips-hombroich.html openlucht museum. Veel moois te zien mét enkele gebouwen van Erwin Eerich , sculpturen in het landschap, Folly?

en Spomenik, landschapsobjecten; Yugoslavia’s historic futuristic creations of abandoned abstract WWII monuments, sculptures and memorials from 1960-1990.

http://www.spomenikdatabase.org/

luc engelhard