Fragiele evenwichten in de tuinen van Luc Engelhard

De tuinen van ontwerper Luc Engelhard zijn kunstwerken. Hij laat het gebouw in zijn landschappelijke context intact, om vervolgens te zoeken en te worstelen met een gedoseerde toevoeging. Engelhard gebruikt daarbij materialen als beton, steen, hout en staal, die hij inzet als beeldende elementen. Zo stijgen beide – gebouw en landschap –boven zichzelf uit.

Een kwetsbare plant als zwanenbloem bloeit tegen een achtergrond van betonnen keerwanden

Jaren geleden ontving mijn vader een gast uit Indonesië, die in het weekeinde het Nederlandse landschap wilde bekijken.
Over een kaart gebogen stippelde mijn vader een autotocht uit door het Hollandse weidelandschap: langs het Braassemermeer naar de Nieuwkoopse Plassen. Vervolgens ging de tocht langs de Meije en de Vlist tot aan Schoonhoven en midden door het veenweidegebied weer terug. De rondrit vermeed zorgvuldig alle snelwegen en zware viaducten. Ik zei het al: het was jaren geleden, toen Zuid-Holland nog niet de lelijkste provincie van Nederland was.
Bij terugkomst vroeg mijn vader zijn gast wat hij van het Nederlandse landschap vond. Met onverholen teleurstelling antwoordde hij: ‘Ik dacht dat jullie in Nederland betere wegen hadden!’
Zo’n reactie houdt je een spiegel voor. Volgens ons westerse denken zijn technische artefacten lelijk en misstaan ze in het natuurlijke landschap. Deze gedachte ligt verankerd in onze westerse cultuur en voert terug tot de Hellenistische opvatting dat cultuur en natuur tegengesteld zijn. Dit ligt anders in bijvoorbeeld de culturen van Oost-Azië of bij de Indianen van Noord-Amerika, waar mens en natuur onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Mijn vader had natuurlijk met zijn gast rechtstreeks over de snelweg naar het noorden moeten gaan om daar zes keer de Afsluitdijk op en neer te rijden.

Nutteloos beton
Ook in de tuinarchitectuur is de fundamentele tegenstelling tussen kunst en natuur een duivels dilemma. Dit maakt van de tuinarchitect een wolf in schaapskleren. De beproefde uitweg bestaat uit het aanleggen van functionele verharding: je moet toch bij de keukendeur kunnen komen of in de tuin kunnen zitten. De verharding wordt vervolgens verzacht door natuurlijke beplanting over de randen te laten groeien. Eureka!
Een tuinontwerper die op geheel eigen wijze met dit dilemma worstelt is Luc Engelhard. Voor hem is de tuinverharding niet op de eerste plaats functioneel, maar een beeldend middel. Het heeft een eigen vorm die je soms dwingt over het gras of tussen beplanting door verder te lopen. De beplanting dient niet om de verharding te camoufleren, maar heeft een eigen autonome plaats in de tuin.
In een kleine tuin in Badhoevedorp bestaat de verharding uit grootformaat betontegels die zelfstandige vierkanten vormen. Twee vierkanten liggen in de voortuin, het derde vormt het terras in de achtertuin. De voor- en achtertuin zijn met elkaar verbonden door een reeks gestorte blokken van schijnbaar nutteloos beton. Het beton verkleurt en verweert, fijne mossen vinden een groeiplaats in het ruwe oppervlak. Op het voorste vierkant werkt het betonblok als een voetstuk voor een kunstwerk. Het tweede betonblok ligt in het terras voor de woning. De plek en de kleur van de beide betonblokken is bepaald door de schoorsteen in de voorgevel. De bewoners krijgen vaak van hun gasten de vraag wat het betonblok daar midden in het terras doet. ‘Het is wel handig’, vertelt de bewoner, terwijl hij tegen de rand van het blok leunt en zijn koffiekop erop zet. ‘Het betonblok in het terras daagt mij ook uit. Ik heb een paar kleine bronzen beelden die ik erop zet en waarvan ik de opstelling steeds weer verander.’

Rust en wijsheid
In de achtertuin staat een reeks van drie kleinere betonblokken. In het terras tegen de achtergevel dient het betonblok als bijzettafel. Achter in de tuin is een kleine zitplek waar het derde betonblok een zitelement vormt. Het middelste blok staat in de vijver. Uit een opening aan de bovenzijde sijpelt water.
De beplanting is landelijk, maar niet direct ontleend aan natuurlijke beplanting. Het gaat Luc Engelhard vooral om de fascinerende groeiwijze van de planten, zoals bij varens en grootbladige planten als Gunnera, Darmera en Rodgersia. ‘De bloem is de puberale fase van een plant’, vindt Luc Engelhard. ‘Groeiend naar de bloeifase zijn de bladeren fascinerend en pril. De climax van de bloei is niet de mooiste periode, maar de veroudering straalt vaak rust en wijsheid uit.’

Luc Engelhards werk is een voortdurende zoektocht naar de verbinding van gebouw en landschap, via de tegenstelling van kunst en natuur en van beplanting en verharding

In de tuin in Badhoevedorp sluiten de verhardingsvlakken niet op elkaar aan. Tussen beplanting door en over gras of halfverharding kom je bij een volgend verhard vlak. Verharding en beplanting zijn daarmee afzonderlijke grootheden die in elkaar haken.
Een andere tuin waar nutteloos beton is toegepast is de bedrijfstuin van een grote steenbreker in Utrecht. Hier heeft Luc Engelhard evenwijdige, rechte stroken van gestort beton toegepast, die zich een weg banen dwars door beplanting en watervlakken. Het personeel in de tuin maakt gebruik van een pad van klinkerverharding dat stukje bij beetje de verschillende banen beton doorkruist. Een kwetsbare plant als zwanenbloem bloeit hier tegen een achtergrond van betonnen keerwanden. Hierachter liggen enorme gestorte steenhopen in een omgeving van zware vrachtwagens en steenbreekmachines.

Alledaagsheid
De tegenstelling tussen de artificiële verharding en de natuurlijke beplanting in de tuin is op een abstracter niveau terug te vinden in de tegenstelling tussen de woning en het landschap. De schilder Piet Mondriaan stelde dat ‘het componeren berust op permanente tegenstellingen die elkaars tegendelen zijn en elkaar versterken’. Deze uitspraak gaat op voor een krachtig huis in een krachtig landschap. Het bekende huis Fallingwater van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright is een krachtige vorm van horizontale betonstroken. De overweldigende omgeving van hoge bomen en de waterval vormt de ultieme tegenstelling. Daar hoeft geen tuin tussen te bemiddelen.
Maar wat te doen als de woning een eenvoudig huisje is in een alledaags landschap? Luc Engelhard respecteert de eenvoud van het huis en de alledaagsheid van het landschap. In Loenen aan de Vecht staat een bescheiden woning omringd door hoge eikenbomen. De ontwerpopgave was hier om ruimte en lucht te maken rond het huis zonder het boskarakter geweld aan te doen.
Daarvoor heeft Engelhard als essentiële ingreep natuurstenen blokken op de rand van het terras bij de voordeur aangebracht – als tegenwicht tegen de zware boomstammen.
In de tuin rondom zijn eigen atelier in Kockengen experimenteerde Luc Engelhard met het fenomeen van een bouwwerk in het gewone veenweidelandschap. Zijn atelier is een verbouwde kippenschuur, waarbij hij de bescheiden, langgerekte hoofdvorm van het bouwwerk heeft gehandhaafd. De ontwerpvraag was hier om dit bouwwerk een eigen plek te geven in zijn omgeving. De vijver voor het gebouw kan niet gemonumentaliseerd worden met een formele oeverlijn, omdat het daarmee de ruimtelijke aansluiting verliest met de eenvoudige boerenslootjes van de omgeving. Ook een zwaar bordes voor het atelier misstaat bij het eenvoudige bouwwerk. Luc Engelhard ontwierp voor het atelier een terras van betonnen platen in afgeronde vormen die op immense waterleliebladeren lijken. Tussen deze platen groeien vanuit de vijver allerlei waterplanten omhoog. Vervolgens voegde hij aan de vijver een reeks land art-achtige zuilen van gebroken betonstenen toe. Deze verbijzonderen het watervlak, dat in de eenvoudige grondvorm met zijn rafelige oevers intact blijft. De betonnen zuilen en waterleliebladen maken het gewone heel bijzonder: de vijver wordt mysterieus en de kippenschuur krijgt de benadering van een theepaviljoen.

Wonderlijk fragiel
De principes ‘verharding versus beplanting’ en ‘woonhuis versus landschap’ komen prachtig en terughoudend bijeen in de tuin bij een nieuw woonhuis in Mijdrecht. Achter een boerderij is hier in een oude verwaarloosde tuin midden in het open weidelandschap een nieuwe woning gebouwd. De bewoners zochten contact met Luc Engelhard, omdat zij een zwemvijver in de tuin wilden. ‘Willen jullie dan zo’n blauwe bak?’, vroeg Engelhard verschrikt. In plaats daarvan ontwierp hij in samenspraak met de bewoners een natuurlijke zwemvijver in aansluiting op de boerenslootjes van het polderlandschap. De vijver is ruim twee meter diep uitgegraven om het zelfreinigende vermogen van het water te vergroten. Een belangrijk detail is de betonnen keerwand, die de diepe zwemvijver scheidt van het polderwater. De keerwand is vormgegeven als een reeks betonnen kubussen, die een cortenstalen plaat consolideren. Tegenover de waterdruk van de diepe zwemvijver oogt de plaat wonderlijk fragiel.
De vijver ligt los in het gras. Daarin zijn met brede vegen sierplanten aangebracht, die als opschot rond de bomen lijken op te komen. Verharding is te vinden vanaf de landweg naar de voordeur; het geveegde beton van de oprit oogt als een simpel tractorpad. Ook aan de tuinzijde is verharding aangebracht in de vorm van een betonstrook tegen de woning, die de breedte van het erf opspant. Aan de ene zijde eindigt deze strook in grote losliggende betonplaten. De andere zijde loopt uit in een houten steiger aan het polderslootje. Gebouw en landschap zijn hier een relatie aangegaan die beide meerwaarde geeft.
Luc Engelhards werk is een voortdurende zoektocht naar de verbinding van gebouw en landschap, via de tegenstelling van kunst en natuur en van beplanting en verharding. Het comfortabele gebruik van de tuin als een verlengstuk van de woning is ondergeschikt gemaakt aan de beeldende betekenis van de onderdelen. Je zou menig bedrijf in Nederland een tuin van Luc Engelhard gunnen in plaats van de gebruikelijke buitenkamertjes die de gezelligheid suggereren van een gezinsvervangend tehuis.
Dit artikel is het vierde in een serie portretten van hedendaagse tuinontwerpers in Nederland. Eerder verschenen artikelen over de tuinen van Duotuin (nummer 5–2007), Martin Veltkamp (nummer 1–2008) en Jacqueline van der Kloet (nummer 3–2008).
Deze artikelen verschijnen parallel aan een lezingenreeks die plaatsvindt op het Tuinarchitectuurpark Makeblijde in Houten.

Hovenier of kunstenaar?
Luc Engelhard volgde de hoveniersopleiding in het begin van de jaren tachtig aan de Rijks Middelbare Tuinbouwschool in Utrecht. In het tuinontwerpen is hij autodidact, omdat er in Nederland geen specifieke vervolgopleidingen zijn voor tuinarchitectuur. Met korte praktijken materiaalopleidingen heeft hij zich de geur van beton en steen, de stijfheid van staal en de buigkracht van hout eigengemaakt. Vanaf 1983 leidde Engelhard een hoveniersbedrijf, soms ondersteund door een kunstacademicus of tuin- en landschapsarchitect. Sinds 1990 ontwerpt hij grote particuliere tuinen en enkele bedrijfstuinen. In zijn ontwerpen onderzoekt hij het grensgebied tussen hovenier en kunstenaar. Sinds een jaar bestaat zijn bedrijf uitsluitend uit een ontwerpbureau.